Word lid Bestel gratis

Kan een Oldenzaalse houtstookzaak het leven veranderen van de houtrookslachtoffers?

De Raad van State doet over zes weken uitspraak.

DEN HAAG - Gaan de protesten van de familie Kuipers uit Oldenzaal het leven veranderen van de mensen die slachtoffer zijn van houtrook? Bij de Raad van State betoogt de advocaat van de familie woensdagmorgen dat het tijd is voor nieuwe toepassing van wet- en regelgeving.

In de zaal zitten woensdagmorgen maar liefst drie staatsraden om de Oldenzaalse houtstookzaak te beoordelen. De Raad van State wekt daarmee op zijn minst de indruk dat ze het een zaak van gewicht vindt.

In stilte kijken de drie vijf minuten naar een rokende schoorsteen. Het is de schoorsteen van de overbuurman van Anne-Marie Kuipers. Zij zette een filmpje in elkaar van de momenten dat vanuit de pijp op het dak van het huis een grijze of zwarte walm richting de woning van haar gezin waait.

Optreden
Zij en haar buurman Arie Roeleveld zeggen dat zijzelf en hun gezinsleden hinder hebben van de rook. Dikke dossiers hebben de staatsraden inmiddels bestudeerd, maar er is deze morgen feitelijk slechts één vraag die op tafel ligt: moet de gemeente Oldenzaal optreden tegen de buurman, omdat hij ‘voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof verspreidt’?

Zo staat het letterlijk in het bouwbesluit, maar het is voor gemeenten, rechtbanken én de Raad van State tot nu toe onmogelijk gebleken te definiëren wat ‘hinder’ eigenlijk is. Laat staan dat bewezen kan worden dat die hinder afkomstig is van de kachel van de buurman.

Niet smoren
Wat dat laatste betreft: de buurman van Kuipers betoogt dat hij zich altijd keurig aan de regels houdt én aan de adviezen die gelden voor houtstokers. Dus niet stoken bij mist, bij te weinig wind, droog hout gebruiken en niet ‘smoren’: een werkwijze om het vuur in de kachel te houden, zonder dat de temperatuur te hoog oploopt en maar waarbij veel rook bij ontstaat.

Het filmpje van Anne-Marie Kuipers wekt echter op zijn minst twijfel over het stookgedrag van de buurman. Maar de toezichthouder van de gemeente Oldenzaal zegt ‘naar eer en geweten controles te hebben uitgevoerd’. „En ik heb geen hinder of last kunnen constateren”, reageert hij.

Dode letter
„Maar er is bij de toezichthouder, hoe goed hij ook zijn werk doet, niet bepaald sprake van een ‘gecertificeerde neus’”, signaleert advocate Bibi Krot van de familie Kuipers. Waarmee ze aangeeft dat ‘hinder’ niet zomaar door één persoon op een bepaald moment geconstateerd kan worden. Het probleem is dat er geen norm bestaat voor de in het bouwbesluit genoemde ‘hinder’. En dus zien gemeenten geen kans daarop te handhaven. „Het artikel in het bouwbesluit is daarmee een ‘dode letter’”, zegt Krol.

Vandaar dat zij de Raad van State vraagt aansluiting te zoeken bij de geurnormen die de provincie Overijssel hanteert voor de industrie. Er zijn namelijk in Overijssel wél normen vastgesteld voor de geurhinder die omwonenden van industriële bedrijven mogen ondervinden. „Dus waarom dan niet voor omwonenden van iemand die hout stookt?”, zo vragen Kuipers en Roeleveld zich af.

De Raad van State doet over zes weken uitspraak.

Bron: Tubantia 25-09-2020